Vandaag gaan we door vijfde land van onze reis fietsen: Albanië. Na een stevig ontbijt (met koffie waar de lepel rechtop blijft staan) in het hotel stappen we op de fiets en rijden we stroomopwaarts langs de rivier de Lim. Het eerste stukje lopen rivier en weg weer door een smalle kloof, maar al snel opent de kloof zich in een breder dal. We vinden het landschap hierdoor veel meer op de Alpen lijken.

De guesthouse-eigenaar maakt vanochtend zelf het ontbijt voor ons klaar, dat zagen we niet aankomen. Hij was er ook niet zo heel goed in, dus waarschijnlijk heeft ie er normaal iemand anders voor.

Onze houten tent staat op een raft kamp, waarvan er vele zijn langs de rivier. Waar het uitgestorven leek toen wij aankwamen, wordt het steeds drukker. 's Avonds blijkt dat we in de BiH variant van tourist trap en vreetschuur tegelijk terecht zijn gekomen. Er loopt veel personeel, maar Henri moet naar de bar lopen om aandacht te krijgen zodat we eten kunnen krijgen. Vervolgens blijkt er nog een feest los te barsten compleet met live muziek, tot half twee 's nachts. En daarna komt iedereen lekker dronken bij ons houten hutje hangen. Als het de volgende ochtend weer niet lukt om aandacht te krijgen voor ontbijt (zelfs bij de bar gaan staan werkt niet meer), vertrekken we maar zonder.

We vertrekken iets na half negen uit ons hotel in het centrum van Sarajevo. Het verkeer is dan al goed op gang in de stad. De eerste paar kilometer rijden we over driebaanswegen. Maar als we linksaf slaan, komen we op een weg met voor iedere richting een smalle baan. En steil omhoog, 10% gemiddeld. Dan gaan wij niet harder dan 6-7 km/uur. En als de tegenrichting dan vol staat met auto's in de file voor het stoplicht, kun je als auto niet veel anders dan achter ons blijven en ook naar boven kruipen. Gelukkig konden de meeste automobilisten dat prima hebben, maar we vrezen dat er ook een paar met een hartaanval in het ziekenhuis beland zijn door de opwinding hierover.