01-10-2019

01-10-2019

De apenrots

Blog zes is een gastblog, Henri heeft nog lamme vingers van het typen... Vandaag zijn we naar Seoraksan national park geweest. Dit schijnt het mooiste (een van de mooiste?) van Korea te zijn.

Deze keer wilden we voor de verandering wel voldoende eten mee hebben, dus we gingen na het ontbijt naar de Paris Baguette voor broodjes. Helaas bleek de voorraad voor de dag er nog niet te zijn, dus het lekkere rozijnenbrood ging niet mee. Wel bruine puntjes en witte broodjes in ongeveer het formaat van een vinger. We waren benieuwd.

Om alle tunnels te vermijden, besloten we een noordelijkere route te nemen dan naar de DMZ, via kleinere wegen. Wat blijkt? Kleinere wegen hebben evenveel tunnels, je mag er alleen maar 60 km/uur in plaats van 100...

Na de nodige tunnels en een mooi pas (zowaar 10 km zonder tunnel) kwamen we aan bij Sereoksan. En we bleken niet de enige. Het was weliswaar geen weekend en de bomen waren nog niet rood gekleurd, maar de parkeerplaats was wel afgeladen vol. Opvallend was dat er veel mensen waren in ‘normale, kleding en maar weinig in de allomvertegenwoordigde buitensportkleding (bijvoorbeeld ook gedragen door taxichauffeurs).

In het park waren drie kortere wandelingen mogelijk, naar de waterval, de rotsen en de grot. Henri en ik besloten naar de rotsen te gaan, met hoop op uitzicht. Elske en Mattie bleven beneden om boekjes te lezen.

De route naar boven was Koreaans stijl, met veel trappen. Het was echter een gebaand pad, gewoon de hijgende mensen volgen. Zeker mooi, maar minder spannend en verrassend dan andere dagen. En boven bleek het uitzicht beperkt door toenemende bewolking.

Weer beneden aangekomen bleken Elske en Mattie een stuk slimmer geweest: die hadden de kabelbaan naar boven genomen. En hadden zich bovenaan prima vermaakt met de apenrots: het stukje berg waar alle toeristen op konden staan en ‘krioelen’.

Na een verdiend taartje zijn we nog even naar zee gereden, met de hoop een duik te kunnen nemen. Helaas stonden er héél veel bordjes met ‘no swimming’. Daar hebben we ons maar aan gehouden. Gelukkig was de zon ook al achter de wolken verdwenen en koelde het af, waardoor het iets minder erg was.

Terug zijn we maar via de snelle tunnels van de snelweg gegaan. Om na een verdiende douche nog een keer bij de hele lekkere Japanner te eten.