13-09-2026
13-09-2026
Het doel voorbij
Het doel voorbij
Het diner gisteravond bij ons 'luxe' hotel was zijn geld niet helemaal waard, dus we zijn benieuwd naar het ontbijt. Als we om 7:30 er zijn, is de groep Spaanse wandelaars-met-gids-en-bagagevervoer een warming-up aan het doen (zittend op stoelen), maar verder is er nog weinig beweging. Gelukkig komt er snel daarna wel actie, dus iedere paar minuten kunnen we een extra ontbijt-artikel kiezen. Gelukkig hebben we genoeg geduld om te wachten op de vers gebakken croissants en roerei-met-spek.
We hebben nog 40 kilometer te gaan naar Santiago de Compostela, en we rijden hele stukken parallel aan een pad waar de Camino op aangegeven staat. Er zijn echter geen wandelaars op het pad, wat ons toch erg verbaasd.
Het stuk naar Santiago is niet zo spannend qua landschap, het meeste voert door glooiende bossen. Vooral vol met eucalyptus-bomen, van net geplante struikjes tot volgroeide bomen.
Als we over een klein en smal weggetje door het bos rijden, komt er een bus van achteren. De wandelaars mogen er dan niet zijn, de veegwagen is er wel. Maar hij is nog leeg, dus daar zijn de wandelaars ook niet.
Pas 10 kilometer voor Santiago, bij een oversteek van de snelweg, zien we opeens een heleboel wandelaars. We rijden even parallel met ze, maar dan gaan zij net anders. Wij mogen een langs het vliegveld. Met zo'n hobbelwegdek dat Henri begint te geloven dat we toch nog op de proef gesteld moeten worden, op het laatste stuk naar Sint Jacobus.
In de stad zien we veel wandelaars, en we volgen de route naar de kathedraal. Als we daar bijna zijn, zien we op een parkeerplaats een rode Seat Fura staan. Dit is hetzelfde model auto als een Fiat 127, die Henri heeft. Maar dan dus van het Spaanse Seat (toen het nog geen Volkswagen was). Henri vindt dat we daarmee het doel wel behaald hebben. Ik vind een rode mooier dan een grijze.
Omdat de route nu eenmaal zo loopt, rijden we toch maar naar de kathedraal. Met een bonusronde over het plein ('we moeten die kant op, ow nee, toch die kant') gaan wij weer verder. Op weg naar het einde van de wereld.
Maar eerst naar de supermarkt. Die zijn op zondag niet allemaal open, dus we rijden naar een die volgens internet open is en plaatjes heeft van brood en vers fruit. Daar aangekomen blijkt het meer een soort delicatessewinkel. We betwijfelen of je daar ijsthee-perzik in 1,5 literflessen kunt kopen... Dus maar door naar een andere die ook open is.
Met de boodschappen rijden we de stad uit, met het idee om op een rustigere plek een bankje te zoeken. Dat duurt nog best even, langs een grote weg met eindeloos veel rotondes (allemaal rechtdoor). Uiteindelijk vinden we er een, met uitzicht op een hondenuitlaatveld waar we een herder perfect zien apporteren en een andere hond zien die zich niet langer dan 5 seconden op een actie kan concentreren. Een kortere spanningsboog dan een puppy...
Hierna volgt een stukje golvend landschap naar Padrón. We zijn dan weer op 15 meter boven zeeniveau; zo laag zijn we drie weken niet geweest.
Er volgt een klim over een heuvelrug, nog even terug naar 370 meter. Het is warm in de zon, en er staat geen wind. Gelukkig zijn er ook stukjes schaduw en is de klim heel constant met 5 à 6%, daar is onze tandem goed in.
We genieten van de koelende wind in de afdaling, en van de mooie bochtige weg door het bos. Dan komen we aan in Noia, net op tijd voor de sluiting van de supermarkt. Met zware tassen rijden we de laatste paar honderd meter naar onze overnachtingsplaats. We mogen kiezen welke van twee kamers we willen; we kiezen voor die met het balkon en niet die met de luxe badkamer. Alleen blijkt het balkon een dak te hebben, maar de was hangt toch lekker het kunstgras water te geven.
De cijfers:
- Afstand:
- 101,6 km
- Hoogtemeters:
- 1.320 m
- Tijd bewogen:
- 4u 37m 39s
- Tijd totaal:
- 6u 01m 03s
- Gemiddeld:
- 22,0 km/h
- Max:
- 68,4 km/h
- Materiaal:
- Double travel 3
- Download:
- GPX